Gisteren naar Sommerloch geweest, de eerste editie van een kleinschalig eendagsfestival van het Belgisch muzieklabel en concertcollectief Meakusma. Een fijn festival op een boerderij in Wallerode, diep in het Duitstalig deel van België. Met twee podia omgeven door natuur - in een schuur en onder een doek tussen de bomen - en met een boeiende, experimentele en avontuurlijke line-up was dit de verplaatsing meer dan waard. Vooral de concerten in de Scheune (schuur) waren de moeite.
Ernst Reijsiger & Hans P. Kjorstadt openden daar met een lang, traag opbouwend, geïmproviseerd nummer op cello en hardingerviool. Nederlander Ernst Reijseger is onder meer bekend van zijn werk voor de soundtracks van verschillende Werner Herzog-documentaires, wat meteen ook iets zegt over zijn vermogen om sfeer en diepte te creëren. Hans P. Kjorstad vulde Reijsegers klankwereld regelmatig aan met onverwachte, avontuurlijke wendingen. Niet het soort muziek waar ik gebruikelijk naar op zoek ga of mee in contact kom, maar het was goed.
Jabu vervolgens klonk als een mix van slowcore-gitaren, Cocteau Twins-achtige droompop en downtempo alternatieve hiphop à la Tirzah, opgenomen in King Tubby's legandarische studio. met echo’s en reverb. Ze sleepten me helemaal mee in hun droomwereld en het leek alsof de tijd stilstond - hetzelfde gevoel als bij mijn allereerste Low-concert, dat nog steeds tot mijn favoriete concerten ooit behoort. Memorabel en magisch. Ze staan binnenkort op Le Guess Who en zijn echt een aanrader. Als ze weer ergens in de buurt spelen, ben ik er sowieso bij.
De Keulse band Violet Heat, voorheen Vomit Heat, speelde hun eerste optreden in de huidige driekoppige bezetting - waarmee binnenkort ook een nieuwe plaat verschijnt. In eerste instantie klonk het als vrij standaard indiepop met een vleugje vroege Stereolab. Maar na een paar nummers kwam er meer variatie: de zangeres/bassiste schitterde met sterke, stuwende baslijnen en warme indiepop-zang, terwijl de gitarist/zanger shoegaze, indierock en janglepop vermengde, ondersteund door strakke drums met een subtiele knipoog naar Neu!'s krautrockmotoriek. Leuk optreden.
Headliner was Good Sad Happy Bad, de groep met op gitaar Mica Levi - ook wel bekend van de soundtracks van Under the Skin, Jackie en The Zone of Interest - en verder Marc Pell (tegenwoordig ook bij Mount Kimbie) op drums, solo-artieste Raisa Khan op toetsen en bas en CJ Calderwood op saxofoon, toetsen en samples. Voorheen gekend als Micachu & the Shapes, die toch een zekere bekendheid genoten in de alternatieve muziekwereld, trok de band veel geïnteresseerden. In een vierpersoonsbezetting met afwiselende leadzang van alle vier en instrumenten die evenwaardig het klankbeeld bepaalden, was dit een perfecte muzikale democratie, zoals er maar zelden een zo goed werkte in een bandcontext.
Twee jaar geleden zag ik Mica Levi nog solo op gitaar in de AB, hetgeen ook indrukwekkend was, maar de combinatie van deze vier even sterk spelende muzikanten tilde dit nog naar een ander niveau. Moeilijk onder een genrenaam te vatten wat er te horen viel. Te grillig om te passen binnen de hedendaagse simplificatie van postpunk. Krautpunk? Art rock? Avant-pop? Hun geluid ontsnapt vooral aan hokjes. Maar dat het goed was, daar leek iedereen het over eens te zijn. Er werd gedanst, er werd gemosht.
Om het met de titel van een nummer van hun plaat van vorig jaar te zeggen: Irresistible.