Mijn bijdrage van deze week (een aantal albums was al eerder deze week gereleased):
9Million – 9 Million: 9Million is een shoegazeband uit Toronto, geleid door multi-instrumentalist, songwriter en producer Matthew Tomasi. Wel wat stevigere shoegaze voor liefhebbers van bijvoorbeeld Teethe en Bleary Eyed, zoals te horen is op onder meer
‘The Trick’,
‘Play Pretend’, ‘Fear Of Falling’ en
‘Creation’.
As December Falls - Everything's On Fire But I'm Fine: Een beetje een vaag verhaal van de Britse band rondom zangeres Bethany Curtis. Hun 4e album zou vrijdag 8 augustus gereleased worden, maar dat werd uitgesteld tot 11 augustus. Nu zijn van de oorspronkelijk bedachte 14 nummers er 7 gereleased (?!). Het album wordt omschreven als hun meest gedurfde en dynamische werk tot nu toe - variërend van poppunk anthems tot pianoballads. Luister voorlopig naar
‘Ready Set Go’,
‘Bathroom Floor’,
‘Therapy’ en
‘Angry Cry’. Voor liefhebbers van Hot Milk.
Black Honey – Soak: Ik heb Black Honey, de indierockband rondom zangeres/gitariste Izzy Phillips, al 2x live gezien en heb 2 albums van ze. Ik blijf hun werk goed vinden, vooral ook de zang. Ook dit album weer. Dit album is voor mij gevoel wel wat rustiger dan hun vorige 2. Mijn favoriete nummers:
‘Dead’,
‘Carroll Avenue’,
‘Vampire In The Kitchen’ en
‘Slow Dance’.
Chevelle – Bright As Blasphemy: Een alternatieve rockband uit 1994 opgericht door de gebroeders Loeffer. Dit is alweer hun 10e studio-album. En van een 10e album mag je wel meer verwachten en zeker van zulke ervaren rockers. Rocken doet het ook wel, maar nergens wordt het echt spannend of gaat het een grens over. Een beetje in de hoek van Tool.
‘Wolves (Love & Light)’ en
‘All Phobias’ vind ik nog wel aardig, maar de rest maakt bij mij vooralsnog niet veel los.
DYGL – Who Is In The House: Het 5e studio-album alweer van deze Japanse postpunkers/indierockers. Ze hebben ooit een tijd doorgebracht in Londen en dat is goed te horen, ik heb Japanners nog nooit zo Brits gehoord. Dit album is misschien een beetje recht toe recht aan, toch hou ik wel van hun pakkende gitaarriffs en meezingrefreinen. Af en toe hoor ik een vleugje Beige Banquet, dan weer The 113 en vervolgens Bloc Party (?). Ik vind het een topplaat en dan vooral de nummers
‘Big Dream’,
‘Let Me Be’,
‘Man On The Run’, ‘One O One’ en
‘This Minute’.
Insane Clown Posse – The Naught: Het 17e album van ICP bevat 17 nummers! En het album duurt 1 uur en 6 minuten! Lang? Als het niet je genre is misschien wel. Ik heb deze ‘hardcore’ horrorhiphoppers ooit 1x gezien en moet zeggen: live is het wel een ervaring. Natuurlijk veel show, maar het gaat wel los. Ik behoor niet tot de Juggalos en lang niet alle nummers boeien,
‘Watch Me’,
‘Only Wicked Shit’,
‘Here We Go’ en
‘Softy Pillow Man’ zijn wel gewoon aardige nummers.
Kerosene Heights – Blame It On The Weather: Het 2e album van deze poppunkers/ emorockers uit Asheville bevalt mij wel. De zang en schreeuw van Chance Smith klinkt prima en zuiver. En dat in combinatie met het gitaarwerk en drums maakt dit tot een aangename (midwest)emoplaat met leuke nummers als
‘Sunsetting’,
‘Waste My Time’,
‘New Tattoo’,
‘Ghosts’ en
‘Blame It On The Weather’.
Pile – Sunshine And Balance Beans: Pile is een Amerikaanse indierockband uit Boston dat begonnen is als de solo-act van Rick Maguire eind jaren 2000. Nu is het een volwaardige band en heeft het acht volledige albums uitgebracht. Dit is hun 9e en ook deze indierockt meer dan prima en bij vlagen hard, in bijvoorbeeld
‘An Opening’,
‘A Loosened Knot’,
‘Bouncing In Blue’ en
‘Born At Night’. Ik zie dat ze zichzelf aankondigen voor Sonic City. Dan ga ik ze daar maar eens aanschouwen.
Pool Kids – Easier Said Than Done: Emo, indierock uit Tallahassee. Ooit begonnen als duo, nu een viertal.
@residentalien vond hun vorige album “wel leuk, maar ook net niet”. Dat heb ik met deze ook. Wel leuk, toch niet heel bijzonder.
‘Leona Street’,
‘Sorry Not Sorry’,
‘Not Too Late’ en
‘Dani’ zijn nog wel te doen.
Racing Mount Pleasant – Racing Mount Pleasant: Oorspronkelijk ging deze postrock/ indieband als Kingfisher door het leven, maar ze veranderden na enkele jaren hun bandnaam naar Racing Mount Pleasant. Ze halen hun inspiratie bij verschillende genregenoten, zoals bijvoorbeeld Black Country New Road, en maken er vervolgens iets nieuws, verfrissends van. De 7 jonge bandleden maken jazzy, proggy, meerstemmig gezongen en behoorlijk meeslepende muziek, zoals in
‘Tenspeed (Shallows)’,
‘Emily’,
‘Racing Mount Pleasant’,
‘Call It Easy’ en
‘Outlast’. Ik vind dit eigenlijk verrassend goed.
Rise Against – Ricochet: In 2005 vond ik dit genre nog wel aardig en heb ik Rise Against gezien op Groezrock en vond ik ze leuk en energiek. Toch heb ik het idee dat veel van dit soort bands ook een beetje in hun geschiedenis blijven hangen en alleen meer van hetzelfde maken. Dat gevoel heb ik ook bij dit (punkrock)album van Rise Against. Het pakt mij niet meer, alhoewel
‘Damage Is Done’,
‘Soldier’ en
‘Prizefighter’ nog wel leuk zijn.
She’s Green – Chrysalis (EP): she’s green uit Minneapolis maakt heerlijke ambient melodieën gebaseerd op shoegaze uit de jaren 90. De stem van Zofia Smith en de ‘fuzzy’ gitaren passen daar voortreffelijk bij en dat is goed te horen op
‘Graze’,
‘Figurines’ en
‘Silhouette’. Een erg aangename EP.
Street Sects – Dry Drunk: Street Sects is een Amerikaans experimenteel muziekduo uit Austin, Texas, opgericht in 2013. Hun stijl: industriële ritmes, schreeuwende zang, samples van zowel noise als synthesizers, en nihilistische teksten. Hun eigen omschrijving: industrial noisecore, sample driven punk. Dry Drunk is hun 3e album. En wat voor een! Zeker experimenteel en zeker noise! Opener
‘A List Of All Persons I Will Harm’ zet direct de toon. Heel apart dit. Vervolgens knalt
‘The Glass Shithouse’ er in. Samen met onder meer de nummers
‘Spitting Images’, ‘Love Makes You Fat’, ‘Baker Act’ en
‘Murphy Artist’ maakt het voor mij een geweldig album. Ik hou hier wel van.
Supercombo - Caranguejo (Parte 1): Supercombo is een pop/rockband uit Brazilië beïnvloed door de elektronische muziek van de jaren 90 en de huidige indie. Resultaat: dansbare rockmelodieën. Niet perse mijn ding, vaak te veel pop. Ik heb ze het voordeel van de twijfel gegeven en moet toegeven dat
‘A Transmissão’,
‘Hoje Eu Tõ Zen’ en
‘O Alfaiate’ gewoon goede rocknummers zijn. Ook af en toe heerlijk geschreeuw.
The Summer Set - Meet Me At The Record Store: Ook poprock. Supercombo (hierboven) rockt meer. Dit is alweer het 6e studio-album van deze Scottsdalers. Geen hele buitengewone plaat. In zanger Brian Dales hoor ik soms een beetje Claudio Sanchez. Eigenlijk vind ik alleen
‘ADIDAS’ (nee, niet het Korn-nummer) leuk.
Yot Club / Glitter Party – Rule Of Thirds (EP): Maar liefst 3 nummers op deze indierock EP. Ondanks de korte duur is het met
‘For Sale 2 Own’,
‘All 4 Nothing’ en
‘Song 3’ een prima plaat.
Zinga – Fearful, Forever (EP): Dit is een simpele, intieme en vooral oerdegelijke indierock EP. Deze EP is opgedragen aan het zusje van zanger Jake Tyler die 15 jaar geleden is overleden. Onder andere
‘Fearfull, Forever’,
‘The Man That I Become’ en
‘Boys Don’t Cry’ zijn hele intieme en gevoelige nummers.
Mijn albums van deze week: DYGL – Who Is In The House en Street Sects – Dry Drunk