Het idee dat Lowlands merken nodig heeft om 'break-even' te draaien zonder subsidie, is exact het pr-praatje dat Mojo je graag voert. Het is ronduit lachwekkend om een beursgenoteerde monopolist af te schilderen als een noodlijdende stichting. Lowlands is van Mojo, en Mojo is 100% eigendom van Live Nation.
We hebben het hier over een Amerikaanse multinational met ruim 22 miljard dollar omzet en een netto winst per jaar van in de miljarden. Het huilverhaal over 'stijgende productiekosten' is enkel een lobby-narratief om de extreme prijsverhogingen te maskeren. Een ticket is in rap tempo van 185 naar 325 euro geëxplodeerd. Die kosten worden dus allang (met een riante marge) via de poort afgewenteld op de bezoeker. Die merkactivaties op de camping zijn daarbij dubbel cashen. Lowlands klaagt steen en been over dalende marges, maar weigeren intussen de specifieke festivalboekhouding inzichtelijk te maken. Roepen dat je moeite hebt om rond te komen is een volstrekt hol argument als je dat niet met harde cijfers onderbouwt en het moederbedrijf ondertussen dikke winst boekt.
Dat restje wetenschap, literatuur en theater is inmiddels pure marketing geworden. Een culturele schaamlap om de illusie van een 'culturele vrijplaats' in stand te houden, zodat de doelgroep zich nog net goed voelt terwijl ze financieel wordt leeggetrokken.
Lowlands is simpelweg een hypercommercieel winstvehikel geworden. Prima, zo werkt het kapitalisme. Maar als je hun fabeltje gelooft dat ze die sponsoren echt nodig hebben om te overleven, ben je wel erg naïef. Je wordt daar een weekend lang maximaal commercieel uitgemolken, en het is volkomen logisch om daar als betalende bezoeker tegen te agiteren.
Ze blokkeren de ruimte voor een echt cultureel gedreven non-profit festival (zoals Glastonbury in Engeland zoals hierboven aangegeven), dat daadwerkelijk miljoenen aan goede doelen doneert. Lowlands paradeert in de kleren van Glastonbury, maar roomt de kassa af voor Wall Street.