Hierbij dan mijn verlate bijdrage van de week:
Blush - Beauty Fades, Pain Lasts Forever: Shoegaze uit Singapore met invloeden uit de traditionele slowcore en alternatieve rock uit de jaren ’90. Soms bitterzoet, soms stevig rockend en met heerlijk loom gezang van Soffi Peters in bijvoorbeeld ‘X My Heart’, ‘Poison The Well’ en ‘Everything Was Made In Spring’.
Colatura – If I’m Being Honest (EP): Deze EP bevat 4 relaxte indierocknummers: soms dromerig, soms zwaar, fuzzy gitaren en onmiskenbare hooks. Van een rustige(re) opbouw naar iets stevig(er) gitaarwerk. Leuk en dan met name ‘(Every Time I Think AboutYou)It’s About Me’ en ‘I Wanna Get Better’.
Fit For A King – Lonely God: Melodieuze post-hardcore in de hoek van o.a. Currents/Bury Tomorrow. Zo wordt het omschreven. Alweer hun 8e album. Ik ben nooit echt van het grunten, maar als dat gecombineerd wordt met schreeuw en zang, dan heb je mij wel te pakken. Zoals bijvoorbeeld bij ‘Begin The Sacrifice’, ‘No Tomorrow’ en ‘Sentient’ met ‘Between Us’ als heerlijk ‘rustig’ tussendoortje en ‘Witness The End’ als knallende afsluiter. Heel aangename plaat.
Hard Chiller – Baby!: De band bestaat uit leden van RX Bandits, From Indian Lakes, The Velvet Teen en Warriors. En ze leveren een prima shoegaze-plaat af. Na hun EP Heavy Cell is dit hun full album debuut. Een beetje in de hoek van Deftones en vergelijkbare bands met dat kenmerkende lome gezang, zoals in ‘The Wall’, ‘Soft Trip’ en ‘Tulip Giant’.
Knosis – Genknosis: Oke, ook maar eens luisteren naar wat steviger werk. Experimentele metalcore, nu-metal uit Japan met zanger Ryo Kinoshita. Een stuk steviger dan Fit For A King, maar wel afwisselend grunt, schreeuw en zang. Luister bijvoorbeeld maar naar ‘Yakusai’, ‘Dokunuma’ en ‘Tanebi’. Maar over het algemeen is het voor mij te weinig zang.
Nuclear Daisies – First Taste Of Heaven: Postpunkband uit Austin met invloeden uit dreampop/shoegaze. Dit is hun 2e album na hun self-titled debuut. De luiige zang en mooie stem van Alex Gehring van Ringo Deathstarr maakt het wel af, zoals te horen is in o.a. ‘Dandelion Wine’, ‘Toad’, ‘Infinite Joy’ en ‘Fangs’.
OK Cool – Chit Chat: Indierock van de 2 dames Haley Blomquist en Bridget Stiebris. Hun full album-debuut. Waar eerdere nummers niet langer duurden dan 2 minuten, gaan ze er op dit album meermaals overheen. Zonder dat het album een marathon wordt. Aardige indierock getuige de nummers ‘Waawooweewaa’, ‘Splitting’ en ‘Fading Out Forever’.
Owen Kufta – Good Luck, Man!: Owen is zelf niet blij met veel van de lyrics, want hij heeft deze geschreven toen hij niet lekker in zijn vel zat. Verwacht dus een sombere indierockplaat, maar wel met noise-invloeden. Openingsnummer ‘Glass To A Bird’, maar vooral ook ‘4480’ zijn daar m.i. ook wel exemplarisch voor, waarbij ‘4480’ een erg mooi nummer is. De instrumentale stukken op het album kunnen soms wisselvallig zijn, en de zang is ook niet altijd even geweldig. Maar goed, Owen is ook nog jong en kan nog groeien. Aan de andere kant bevat het album ook hele aangename stukken, zoals in ‘The Mariana Trench (The Ballad of Vincent Van Gogh)’, ‘An Empty Plastic Skittles Container’ en ‘Little Duckies’. Alles overziend is dit eigenlijk best een boeiende plaat.
QWAM – girls aren’t afraid of blood: ‘Female fronted’ (Felicia Lobo) punkband uit New York. Dit album schijnt bozer te zijn dan hun vorige album. Ik hoor het niet en echt punk is het ook niet, maar ‘Something Bad’, ‘Turning Blue’, ‘Body Snatcher’ en ‘Cherry Sauce’ zijn wel goed te doen.
Retail Drugs – rECKless dRIVing: Het debuutalbum ‘I Love You So !’ beloofde al veel. Het vervolg is ook heel erg fijn en zou bestaan uit b-sides en demo’s die het debuutalbum niet gehaald hebben. Shoegaze met invloeden uit grunge en noise. Heel apart, zoals ‘Manny’, ‘Person A’ en ‘He Hears Us’.
Return to Dust – Speak Like The Dead (EP): In hun bio staat een heavy rock punkband uit LA geïnspireerd door Alice In Chains, Deftones en SOAD. Dat kan, maar ik hoor het niet. Misschien dat ‘Downfall’ een beetje in de buurt komt? Er zullen liefhebbers voor deze band zijn, maar er zijn betere in dit genre. Deze EP boeit mij eigenlijk nergens. Om met het tweede nummer te spreken: ‘Bored’.
Sex Week – Upper Mezzanine (EP): Ik vind het wat lastig te duiden wat Richard Orofino en Pearl Amanda Dickson qua muziek neerzetten. Shoegaze? Indierock? Experimenteel iets? Wat ik wel weet is dat deze EP niet verveelt (is ook lastig met 5 nummers) en dat ‘Lone Wolf’, ‘Beethoven’ en ‘Coat’ gewoon prima nummers zijn.
The Armed – The Future Is Here And Everything Needs To Be Destroyed: Dat alles vernietigd moet worden blijkt wel uit de ‘totale muzikale chaos’ en het woedende geschreeuw van Adam Senko. Ze noemen het post-hardcore/chaotische hardcore, maar het schurkt af en toe ook zeker aan tegen screamo. In o.a. ‘Kingbreaker’, ‘Broken Mirror’, ‘Sharp Teeth’ en ‘Local Millionaire’ is dat goed te horen. ‘Heathen’ is dan als shoegaze-nummer een vreemde eend in de bijt op dit album.
The Warlocks - The Manic Excessive Sounds Of: In 1996 hun eerste album en nu nog steeds muziek uitbrengen. Er zijn genres, waarbij de bands na een jaar uiteenvallen en met iets anders opnieuw beginnen. De Warlocks-combi van psychedelische sound met shoegaze-achtig invloeden en plotwendingen bevalt mij wel, zoals in ‘It’s A Fucked-Up World’, ‘You Can’t Lose A Broken Heart’ en ‘A Dual Between You And I’.
The Unknowns – Looking From The Outside: Een punkrock band uit Brisbane met twee leden van The Chats. Doet me af en toe denken aan Toy Dolls (‘Thunder In My Head’), maar dan een stuk minder. Het is een beetje recht toe recht aan punk. Niet spannend, maar je kan er wel aardig op los gaan, zoals bijvoorbeeld op 'All Grown Up', 'Lost Me', 'Psychotic' en 'Crazy Eyes'.
Wisp – If Not Winter: Een 19-jarig shoegaze-talent die zich heeft laten beïnvloeden door Whirr, Julie, Slowdive, My Bloody Valentine en Panchiko. En dat hoor je ook wel: heerlijke gitaareffecten gecombineerd met gedempte zangmelodieën. Om mijn stopwoordje er maar eens in te gooien: lekker dit en dan met name 'After Dark', 'Guide Light', 'If Not Winter' en 'Black Swan'.
Het album van deze week: Owen Kufta – Good Luck, Man!